Biotopen
In het natuurpark zijn vele mini-biotopen aangelegd, die passen bij het polderlandschap van onze gemeente.
Biotopen in het natuurpark
- De belangrijkste leefomgevingen zijn het stuifzand, waterpartijen, houtwallen en hakbosjes en enkele bijzondere plantenvakken.
- Door
deze variatie is het natuurpark soortenrijk en het gehele jaar
bruikbaar voor rondleidingen van schoolklassen en excursiegroepen.
Hieronder staan voor de verschillende biotopen korte beschrijvingen van de karakteristieken met een aantal leuke sfeerplaatjes.
Stuifzand
- Stuifzand met gras, brem, heide en duinven voor de natte oevervegetatie. Dit is het historische stuifzand van Den Duin dat het westelijke derde deel van het natuurpark beslaat.
- Op
dit gedeelte met het stuifzand staat naast het parkgebouw de educatieve
insectenmuur als bijzonder biotoop voor allerlei vormen van insecten.
Naast de insectenmuur staat nog een afdak met gestapelde houtblokken
die zijn uitgeboord met gaten in diverse diameters voor metselbijen. In
het lange gras op het stuifzand komt ook de bijzonder gekleurde, maar
ongevaarlijke, tijgerspin rijkelijk voor.

- Het duinven met daarachter de eikenwal langs het voormalige historische zandpad naar de Linie van Den Hout.

- De educatieve insectenmuur naast het Parkgebouw De Liniehof is heel erg leuk voor rondleidingen en schoolklassen. De beplanting met bijzondere muurvegetatie en de beplanting rondom trekken nog meer insecten naar deze zonnige plek.

- De eitjes die insecten, zoals metselbijen, leggen in de holtes van de insectenmuur trekken op hun beurt weer sluipwespen aan die hun eitjes daar met hun lange legboor ook bijleggen.

- Ook de uit het zuiden oprukkende tijgerspin of wespspin heeft al een aantal jaren het natuurpark veroverd. Zeker zo groot als een flinke kruisspin en absoluut ongevaarlijk, al zou je dat niet zeggen als je kijkt naar de signaalkleuren of luistert naar de naam van deze fraai gekleurde spin.
Waterpartijen
- Het in het stuifzand gelegen duinven is zeer in trek bij kikkers, salamanders en libellen.
- Vijver in het midden met natuurlijk glooiende oevers voor waterplanten en lage oevervegetatie. In deze centrale vijver staat het wateronderzoeksplatform.
- Poel voor kikkers en salamanders met hoog opgaande oevervegetatie in het meest natte natte zuid-oostelijk deel tegen de oprit aan van de A59.
- Smalle afwateringsloot met kleine knotbomen aan de oostkant achter de centrale vijver.
- De
brede natuurlijke oevers zorgen voor een langzaam verloop in
vochtigheid, waardoor deze soortenrijk zijn. Hier en daar staat zelfs
een orchidee.

- In het middengedeelte van het natuurpark ligt een grote vijver met een steiger erin dat als wateronderzoeksplatform wordt gebruikt voor excursies met schoolklassen. De vijver heeft glooiende oevers, zowel voor de veiligheid als voor een bijzondere natte oevervegetatie.

- Aan de meest zuidoostelijke kant van het natuurpark ligt een grote waterpoel in de hoek tegen de oprit van het viaduct over de A59. Deze poel met hoge oevervegetatie is zeer in trek bij kikkers en salamanders.

- In de waterpoel zitten meestal tientallen groene kikkers, die vaak zonnend in het water hangen of op de bladeren van de gele plomp zitten te zonnen.
Houtwallen
- De twee houtwallen die het natuurpark in drie stukken delen: het historische zandpad naar de Linie en de dubbele houthakwal.
- De houthakwal als noordwal die de afscheiding is tussen het natuurpark en de huizen aan de Fazantenlaan en Reigershof. Hier staan vele soorten met waarde voor insecten en vogels.
- De houthakwal als zuidwal met grote bomen langs het schouwpad van de afwateringssloot die loopt over de gehele lengte van het natuurpark langs de oprit van de A59 richting Terheijden.
- Diverse grote parkbomen als eik, es, els en berk.
- Essenhakbosje aan de oostkant in het natte deel als voorbeeld van een geriefbosje voor hakhout en schopstelen met ondergroei van speenkruid.
- In de houtwallen hangen door het gehele park heen nestkastjes voor diverse vogelsoorten.

- Het wandelpad door de eikenwal naar het bloemrijk grasland.

- Het essenhakbosje in het natte oostelijke deel van het natuurpark met in het voorjaar een prachtige ondergroei van het gele speenkruid. Een mooi voorbeeld van een geriefhoutbosje voor bonenstaken en schopstelen uit het oude boerenland.

- De egel is een vaste bewoner van het natuurpark en die voelt zich prima thuis in de houtwallen en in het bloemrijk grasland.
Plantenvakken
- Een stenen muur op de noordkant voor kalkminnende muurvegetatie als noordmuur met een berg zand eroverheen als zuidhelling voor zonminnende planten voor vlinders.
- Bloemrijk grasland voor vlinders en zeldzamere planten. Dit grasland wordt actief verschraald door het inzaaien van ratelaar en het gefaseerd maaien en afvoeren van gras geeft de grasvlindersoorten meer kansen.
- Bloemrijke akkerrand voor insecten, vlinders en vooral ook als vogelvoer in de herfst en winter.

- In het middengedeelte van het park ligt een naar het noorden gerichte gestapelde stenen muur voor kalkminnende muurvegetatie, die is afgedekt met een glooiende aarden wal die naar het zuiden is gericht. Deze zuidwal is beplant met zonminnende planten die interessant zijn als nectarplanten voor vlinders.

- Op de kalkrijke noordmuur groeit de bijzondere tongvaren.

- Het hooi wordt met de trekker afgevoerd om de grond van het grasland te verarmen, zodat er een bloemrijk grasland ontstaat, omdat op rijk bemeste grond alleen een handvol soorten van snelle groeiers de overhand hebben en de talrijke langzaam groeiende planten geen kans krijgen. Na al dat harde werk is mee terug rijden op de kar achter de trekker wel lekker ;)

- Het veld voor het bloemrijk grasland blijft bloemrijk door het zaaien van ratelaar voor het terugdringen van grassen en door verarmen van de grond door maaien en afvoeren.

- Het bloemrijk grasland is interessant voor vlinders die er gemakkelijk nectar vinden. Hier de dagpauwoog in het vroege voorjaar op een paardenbloem. Samen met de kleine vos, citroenvlinder en gehakkelde aurelia zijn dat de vier Nederlandse dagvlinders die als imago overwinteren en dus sterk afhankelijk zijn van vroegbloeiers.

- Het grasland en de akkerrand in het natuurpark worden ingezaaid met een bloemrijk zaadmengsel van veldbloemen en akkerkruiden dat daarna in het najaar weer interessant is voor de trekvogels.

- Zweefvlieg op een korenbloem in de bloemrijke akkerrand.

